7 Factoren die Oranje wereldkampioen maken

Na jaren van decepties is het tijd voor de triomf. De wereld moet oranje kleuren. Nooit meer verhalen over de bal op de paal van Rensenbrink, de ‘we-waren-eigenlijk-de-beste-ploeg’-versie van 1998, of de schoppartij tegen Portugal van 2006. Wat zijn de 7 kenmerken van een WK-winnaar? En voldoet het Nederlands elftal aan deze kenmerken?

1. Kwaliteit.
Brazilie is niet 5 keer wereldkampioen geworden omdat het zo’n mooi land is, of omdat de spelers zo goed kunnen zingen. Nee, kwaliteit geeft 9 van de 10 keer de doorslag. Kan er op een EK nog wel eens iemand per ongeluk winnen (Griekenland, 2004), bij een WK worden simpelweg meer wedstrijden gespeeld en dus is er ergens in het toernooi gewoon kwaliteit vereist. En me dunkt dat we kwaliteit hebben. Deze ploeg is een mix van uitzonderlijke klasse (Robben, van Persie, Sneijder, van der Vaart), harde werkers (Kuyt, van Bommel, de Jong), talent (van der Wiel, Stekelenburg) en soliditeit (Heitinga, Mathijssen, van Bronckhorst). Op papier schat ik niet veel ploegen kwalitatief sterker in.

2. Mentaliteit.
Kwaliteit is leuk maar niet genoeg. Als de 1-0 voorsprong op het bord staat kunnen we leuk ballen, maar wat gebeurt er als die vervelende, onterechte maar ook onvermijdelijke vroege 0-1 valt? Gaan de koppies omlaag? Gaan we schelden en wegwerpgebaren maken? Juist op die momenten moeten we er staan. Dan verwacht ik net die extra sliding van Sneijder en die kopbal in de eigen 16 meter van van Persie. Als van der Vaart die vrije bal over schiet loopt Robben naar hem toe voor een aai over zn bol. Dat zijn de momenten waarop je ziet dat het goed zit.

3. Dode spelmomenten.
Ja het is een trend in het voetbal en het is lang niet altijd mooi om te zien. Toch beheerst een winnende ploeg zijn dode spelmomenten. Soms lukt het niet met een-tweetjes en hakjes. Dan moet het maar via een lelijke corner of van richting veranderde vrije trap. En laten we nou net de spelers daarvoor hebben. Sneijder en van der Vaart met die heerlijke traptechniek, en luchtmacht (Heitinga, Mathijssen, de Jong, van Persie) voor de finishing touch. En mocht dat ook niet gaan dan hebben we nog de schwalbe van Rafael (Ghana) en het neusje voor de goal van Huntelaar. Opties genoeg!

4. Fysiek.
Nog zo’n element dat almaar belangrijker wordt. Johan Cruijff zal het niet met me eens zijn maar toch dien je enige fysieke basis te hebben om te overleven in het huidige voetbal. Uitzonderingen als Messi, Xavi en Iniesta worden kampioen met een kinderlichaam maar dat komt door het voetbal dat de hele ploeg speelt. Tegen Kameroen, Denemarken en de toplanden van deze wereld zul je letterlijk tegen een stootje moeten kunnen. En ook daar is aan gedacht. Met van Bommel en De Jong ben ik niet bang dat we op het middenveld op kracht verliezen. Achterin imponeren Heitinga en Mathijssen met hun gestalte en Van der Vaart en Van Persie staan hun mannetje ook. De as van dit elftal staat er.

5. Media-omgang
Klinkt als bijzaak maar is het niet. Op de een of andere manier voelen wij Nederlanders altijd de behoefte om grote woorden te spreken. De voorbeelden zijn nu al talrijk. ‘De grote 4’ van Van Persie worden nu te pas en te onpas gebruikt. En ik heb nu bijna alle spelers een keer horen zeggen dat we wereldkampioen kunnen worden. Als ik om me heenkijk zie ik dit soort taal weinig in andere landen. Daar zijn ze terughoudender en praten meer in de trant van ‘er zijn 8 teams die wereldkampioen kunnen worden’, ‘we zullen er keihard voor moeten werken’, en ‘we moeten eerst de poulefase maar eens doorkomen’. Lijkt mij beter want motiveert een tegenstander nou beter dan een paar krantenknipsels in de kleedkamer van de arrogante Sneijders en van Persies met bovenstaande teksten? Ook naar elkaar toe zullen de rijen gesloten moeten blijven want laat het nou net daar een aantal keren flink misgegaan zijn. Mijn advies: laat die media vanaf nu een maandje links liggen, kun je daarna weer net zo vaak in de VI, Sportweek en krant als je wilt. En met die beker achter je naam is zo’n interview ook leuker!

6. Verleden.
Ik begon dit stuk over het verleden. Een diep triest verleden als het gaat om WK’s. Het land van net-niet, zo kunnen we omschreven worden. Dat is vervelend maar laat iedereen er van leren. Duitsland, 2006, Nederland liet zich van de wijs brengen door vakkundig provocerende Portugezen. In 1994 waren de rappe Brazilianen ons te snel af en werden de goals gemaakt uit concentratie fouten. En in 1990 ging zo’n beetje alles mis wat mis kon gaan. Laat Bert eens een avondje DVD’s gaan kijken met onze jongens en kijken hoe het niet moet. Dan vind ik de tijd rijp om te laten zien hoe het wel moet.

7. Geluk
En natuurlijk mag de geluksfactor niet ontbreken. Alles kan dan wel kloppen, maar vaak bepaalt een bal binnenkant paal, een scheidsrechter met een vuiltje in zijn oog, of een rare windvlaag het resultaat. Laten we hopen dat alles meezit, en als net-niet land vind ik dat wij het geluk dit jaar wel eens aan onze kant mogen hebben.

Ik geloof erin: terugkijkend op bovenstaande ben ik hartstikke enthousiast. De voorwaarden zijn in orde en als iedereen gewoon blijft doen moet het mogelijk zijn. Nederland wereldkampioen, ik kan het me nog niet voorstellen, wat een feest zal dat zijn! Maar: nog niet aan denken en eerst die poule maar eens doorkomen. En hopen dat dit stuk niet in de Deense, Japanse en Kameroenese kleedkamers komt te hangen…