Ajax en transfers – een bijzondere combinatie

Wat hebben Mido, Tainio en Luque met elkaar gemeen? Het zijn alledrie lachtertjes van het Ajax-beleid de afgelopen 5 jaar geweest. Over het transferbeleid van Ajax is de afgelopen jaren veel gezegd en geschreven. Reden genoeg om eens in het transferbeleid van de afgelopen 5 jaar te duiken. De bevindingen en conclusies op een rij.

Van alle spelers die uit het buitenland zijn gehaald, kan over 5 jaar bezien niet één transfer succesvol genoemd worden.
De afgelopen jaren werden er veel buitenlandse spelers van buitenlandse clubs aangetrokken. Varierend van niet erg succesvol (Pantelic, Ogararu, Lodeiro) tot ronduit dramatisch en imago-beschadigend voor de club (Mido, Tainio, Urzaiz).

Één ding hebben al deze spelers gemeen: niet één transfer kan succesvol genoemd worden. Niet sportief en niet financieel.

Veel van deze spelers zijn transfervrij gehaald, waardoor er dus geen kosten zijn gemaakt bij de transfer. Ze hebben echter wel een (in veel gevallen) vorstelijk salaris ontvangen, denk aan Luque. De club is hier dus veel slechter van geworden.

Ajax heeft de afgelopen jaren een zeer positief saldo gerealiseerd op transfers
Gekeken naar transfersommen, heeft de club de afgelopen jaren een bedrag van €72,5 miljoen uitgegeven aan transfers. ‘Toppers’ in deze categorie zijn geweest: Sulejmani (16,5m), Suarez (8m), Cvitanich (6,5m) en Demy de Zeeuw (6m).

Daarentegen is er een bedrag van €131,5 miljoen binnengekomen aan transfergelden. Verantwoordelijk hiervoor waren o.a. Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar (beiden 25m), Ryan Babel (18m), Thomas Vermaelen (12m) en John Heitinga (10m).
De totale som over de afgelopen jaren bedraagt 131,5 – 72,5 = 59 miljoen positief.

Vooral jeugdspelers zijn verantwoordelijk voor het positieve saldo op transfers.
Van de jeugdspelers die Ajax verlaten hebben de afgelopen 5 jaar, hebben er 8 een forse transfersom opgebracht, een totale waarde vertegenwoordigend van €79 miljoen. De jongens die een mooie transfer gemaakt hebben zijn dus voor bijna €10 miljoen per stuk verkocht.

Aankopen worden bij Ajax minder waard
Veel spelers zijn minder waard geworden in de periode tussen aankoop en verkoop (of in sommige gevallen spelen ze nog bij Ajax). Het gaat om de volgende spelers, met tussen haakjes de (in sommige gevallen geschatte) devaluatie in miljoenen euro’s:

Lindgren (van 2,5m naar 0m), Silva (van 3,5m naar 0m), Bakircioglu (van 1,5m naar 0m), Wielaert (van 4m naar 0m), Aissati (van 4m naar 0m), Cvitanich (van 6,5m naar sowieso minder – 2m), Sulejmani (van 16,5m naar sowieso minder – 4m), Lodeiro (van 4m naar sowieso minder – 1m), El Hamdaoui (van 5,5m naar sowieso minder – 1m), Janssen (van 3m naar sowieso minder – waarschijnlijk 0).

Naar schatting is dit een devaluatie van €43 miljoen.

In slechts 2 gevallen (eigenlijk 1) is een aangekochte speler bij Ajax de afgelopen 5 jaar meer geld waard geworden.
Luis Suarez werd van Groningen gekocht voor €8 miljoen en later aan Liverpool verkocht voor €25 miljoen. Een dergelijk succes werd eerder alleen met Klaas-Jan Huntelaar behaald, die van Heerenveen werd overgenomen voor €9 miljoen en aan Real Madrid werd verkocht voor €25 miljoen. (Maar eigenlijk telt deze niet mee want Huntelaar werd buiten de periode van de afgelopen 5 jaar gekocht).

Conclusies:

1. Spelers kopen van buitenlandse clubs heeft geen zin
Dit heeft in de afgelopen 5 jaar niet één keer tot succes geleid. Wel tot financiele malaise, teleurstelling en imagoschade, en het in de weg zitten van eigen jeugd die in sommige gevallen is opgebloeid bij concurrenten..

2. Ajax is geen handelshuis. De Nederlandse topclubs worden vaak genoemd als een springplank voor jong buitenlands talent om te rijpen. Misschien dat dit voor PSV geldt, voor Ajax echter niet. Niet één buitenlands talent heeft Ajax kunnen gebruiken om de sprong naar een Europese topclub te maken.

3. De jeugd moet gekoesterd worden. De jeugd heeft Ajax in leven gehouden. Zonder de transfers van eigen jeugd als Wesley Sneijder, Ryan Babel en Maarten Stekelenburg had de financiele situatie er heel anders uitgezien. Deze jongens zijn blijkbaar nog altijd van voldoende kwaliteit om de Europese topclubs diep in de buidel te laten tasten.

4. Ajax moet beter scouten in Nederland. De succesverhalen zijn er wel, maar slechts op de vingers van 1 hand te tellen (Suarez en Huntelaar). Echter, de successen zijn dusdanig groot dat het wel loont om naar talent op de Nederlandse velden te blijven kijken. En het talent loopt er ook wel, dat tonen bijvoorbeeld FC Twente (Chadli, Luuk de Jong) en PSV (Dries Mertens) wel aan.

2 gedachten over “Ajax en transfers – een bijzondere combinatie”

  1. Jeugdspelers als Fischer, Eriksen en Boilessen zullen wel succesvolle verhalen zijn van transfers uit het buitenland. Al is dat wat anders dan spelers die er meteen moeten staan.

    Interessant artikel!

Reacties zijn gesloten.